Foto door Mariel Kolmschot

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd naar Princeton, in de VS. Ze bericht wekelijks over wat haar opvalt.

Laatste Artikelen, Columns, en andere Geschriften

Metgala Eliane
Illustratie Eliane Gerrits

Met een mengeling van fascinatie en ongeloof zag ik de beelden van de beroemdheden die bij het Met Gala, het jaarlijkse benefietgala van de modeafdeling van het Metropolitan Museum of Art, aankwamen. Het thema van het gala en de bijbehorende tentoonstelling was dit jaar camp, dus men kon helemaal losgaan met theatrale outfits. Kim Kardashian had zich in een korset laten rijgen waarin ze nauwelijks kon bewegen. Met haar onnatuurlijk dunne taille in een strakke jurk transformeerde ze haar lichaam tot een karikaturale Venus. Kort daarop beviel Kim van haar vierde kind, geheel in stijl – op afstand, via een draagmoeder.

Rowena 130519 Eliane
Illustratie Eliane Gerrits

Rowena Xiaoqing He is een Chinese historica en tijdelijk gastonderzoeker hier in Princeton. Het is een kleine vrouw, wars van luxe. Ze heeft haast, vertelt ze terwijl ze snel haar lunch naar binnen werkt. Ze moet nog zo veel voorbereiden voordat ze door het hele land lezingen gaat geven.

Rowena is een vrouw met een missie. Alles staat voor haar in het teken van de komende 4 juni. Dan is het dertig jaar geleden dat de studentenprotesten op het Tiananmenplein bloedig de kop in werden gedrukt. Sinds die dag heeft Rowena als doel de wereld dat niet te laten vergeten. Ze werd bekend bij een groter publiek met haar geprezen boek Tiananmen Exiles uit 2014.

Je moet het maar durven om je, min of meer in je eentje, tegen het machtige China te keren. Ze kiest haar woorden zorgvuldig en zoekt alles grondig uit. Voor andere dingen dan werk heeft ze geen tijd. Geen relatie, geen hobby’s. Ik vraag haar waar haar drang vandaan komt om de wereld voortdurend te blijven confronteren.

Kevin Eliane
Illustratie Eliane Gerrits

Er gaat een wervelwind door Princeton. Maestro Gustavo Dudamel, de 38- jarige dirigent van de Los Angeles Philharmonic, is hier als gastdocent. De jongensachtige man met zijn wilde bos krullen is overal te horen en te zien. Tijdens zijn lezingen keert hij af en toe in zichzelf en glimlacht. Dan hoort hij muziek in zijn hoofd. Deze superster gelooft hartstochtelijk in de magie van muziek. Waar hij ook komt, verspreidt hij de boodschap dat muziek plezier en schoonheid is en de wereld kan veranderen.

Dudamel komt uit Venezuela en is de bekendste oud-leerling van El Sistema, een succesvol initiatief van zijn leermeester José Antonio Abreu, waarin honderdduizenden kinderen uit alle lagen van de bevolking de kans krijgen muziek te maken. Het systeem was zeer aan hem besteed. De jonge Gustavo plaatste zijn speelgoedpoppetjes in de vorm van een orkest, zette een plaat op, begon te dirigeren en is daar niet meer mee gestopt.

Binnen een paar jaar stuwde hij de LA Phil op tot grote hoogten. Geen orkest is zo in staat zich te verbreden, een groot en divers publiek aan zich te binden én, niet onbelangrijk, ook winstgevend te zijn. En dat alles in Los Angeles, niet de meest vanzelfsprekende plaats voor klassieke muziek. Tegelijkertijd werkt hij daar ook met jeugdorkesten in achterstandswijken.

Ik vraag hem hoe hij omgaat met de onmogelijke spagaat: enerzijds de hoogste excellentie bereiken met zijn concerten en anderzijds de armste bevolkingsgroepen aan het musiceren krijgen. Het is eenvoudig, zegt hij, het ene kan niet zonder het andere. Beide komen voort uit dezelfde passie. Hij is het levende bewijs daarvan.

Studenten raken niet over hem uitgesproken. Maar Dudamel blijft niet in de geprivilegieerde bubbel van Princeton. Hij gaat ook naar Trenton, een van de armste en gevaarlijkste steden in Amerika, op een steenworp hiervandaan. Hij voelt zich thuis tussen de kinderen die weinig hebben en voor wie de muziek een veilige haven is. Ik was net als zij, vertelt hij. We deelden één viool met z’n vijftienen.

Writers Elaine
Illustratie Eliane Gerrits

Een van de aangename verrassingen van mijn verhuizing naar Princeton, toch een klein stadje op afstand van enkele Amerikaanse metropolen, was dat ik plotseling veel van mijn favoriete schrijvers tegenkwam. Jeffrey Eugenides, Joyce Carol Oates, A.M. Homes – ik zag ze vaak bij het lokale koffietentje of de biologische bakker.

Dat was geen toeval. Princeton heeft, zoals veel universiteiten in de VS, een actief creative writing-programma. Studenten van alle studierichtingen kunnen het volgen. Ze gaan zelf aan de slag met zowel fictie als non-fictie, toneelschrijven, poëzie en vertalen, alles onder begeleiding van een expert, namelijk een echte auteur. Universiteiten vechten hier om de beste schrijvers, die een aanstelling krijgen als hoogleraar of docent. Dat is een erkenning voor hun werk én, niet onbelangrijk, ze worden er voor betaald.

Programmadirecteur en Pulitzer-prijswinnaar Tracy Smith, tevens op dit moment United States Poet Laureate, zeg maar dichter des vaderlands, schrijft op de site van de universiteit: „Naar de wereld kijken door de ogen van een schrijver, zelfs een semester, kan je leven veranderen.” Het vak is populair, ook studenten die linea recta naar Wall Street gaan om er te bankieren, vermelden hun publicaties trots op de website.

Aan mij zou zo’n programma zeer besteed zijn geweest. Als 18-jarige verliet ik het ouderlijk nest om Nederlandse taal- en letterkunde te studeren. Maar meteen al, op het eerste college, werd ons duidelijk gemaakt dat we met veel te veel waren. Ik zie me nog zitten met mijn jeugdig enthousiasme in die volle collegezaal. Ons werd ook te kennen gegeven dat de universiteit niet de plaats was voor mensen die zelf wilden schrijven. Het was wetenschap die we geacht werden te bedrijven, geen hobbyisme. Ik hield mijn verlangen voor me. Toen ik jaren later alsnog ging schrijven, werd ik door welwillende mensen gewaarschuwd: word toch vooral geen schrijver. Dat zijn wereldvreemde, armlastige lieden met een drankprobleem.

De dagen van overvolle collegezalen zijn voorbij. De belangstelling voor de universitaire studie Nederlands is zelfs zo teruggelopen dat de opleiding aan de Vrije Universiteit wordt gesloten. Vele mogelijke boosdoeners worden

2 of 3 5/16/19, 11:25 AM

Laat de schrijver de student inspireren - NRC https://www.nrc.nl/nieuws/2019/04/23/laat-de-schrijver-de-stud...

genoemd: het oprukkende Engels, de nadruk op taalvaardigheid op de middelbare school, het gebrek aan aanzien van het docentschap, de sociale media en de teloorgang van het gedrukte boek.

Maar in plaats van dijken te verhogen voor buitenlandse studenten, een wassende wereldtaal en het internet, zou men ook de eigen voedingsbodem kunnen versterken door literatuur en schrijvers een belangrijkere rol te geven. Een stevige afdeling creatief schrijven aan alle universiteiten zou een concretere uitdrukking zijn van de maatschappelijke waardering voor literatuur en schrijvers. En, niet onbelangrijk, zou financiële zekerheid bieden die we voor de meeste andere beroepen vanzelfsprekend vinden.

Een andere winst voor de universiteit: minder boze ingezonden brieven. Zoals president Lyndon Johnson zei: „Better to have him inside the tent pissing out, than outside pissing in.”

Vaccinations Eliane
Illustratie Eliane Gerrits

Sinds hij als kind de mazelen kreeg, lijdt mijn oude buurman aan ernstig gehoorverlies. Hij werd door zijn ouders naar een school ver van huis gestuurd om te leren liplezen. „Ik herinner me nu nog de heimwee”, mijmert hij terwijl hij de batterijen van zijn gehoorapparaat verwisselt.

Hij heeft nog geluk gehad. Een eeuw geleden stierven er alleen al in Nederland zo’n duizend kinderen per jaar aan de mazelen. Wereldwijd overleden een half miljoen, voornamelijk jonge, kinderen. Ik ben opgelucht dat onze kinderen in een andere tijd zijn geboren. Lang leve het Rijksvaccinatieprogramma. Je kunt je kroost helaas niet voor alle ellende behoeden, maar wel voor deze. Het hele vaccinatieschema hebben we dan ook keurig afgewerkt.

2 of 4

Baghwan Missing Sister Eliane
Illustratie Eliane Gerrits

Op een dag verdween het oudere zusje van mijn vriendinnetje van de middelbare school. Weg was ze, dat dunne meisje met lange bruine haren dat ik zo bewonderde. Ongeruste maanden hoorden we niets. Toen kwam er een foto. Dromerig keek ze de camera in, gehuld in een oranje jurk. Ze had een nieuwe, vreemde naam. Om haar hals hing een kralenketting met een foto van een piekharige man met priemende ogen. De Bhagwan.

Langzamerhand drongen berichten door van het leven ver weg bij die exotische Bhagwan. Mediteren, extatisch dansen, veel aanraken. Iedereen leek in hoger sferen te zijn. De vrijgevochten levenswijze die de goeroe voorstond, was mijlenver verwijderd van het hardwerkende, traditionele leven in de katholieke gehuchten van midden-Limburg.

Als mijn vriendinnetje en ik langs de boerderijen van school naar haar huis fietsten, fantaseerden we wel eens over dat volslagen andere leven. Soms dansten we in haar kamer, in met kralen en spiegeltjes geborduurde India- jurken. We wilden zelf ook soms ontsnappen aan dat voorspelbare leven.

De Bhagwan werd in die tijd in Nederland een begrip. Zijn aanhangers droomden van een ruimdenkender wereld. Critici zagen een narcist die Rolls Royces en Rolexen verzamelde. Mijn vriendin en ik vonden hem een engerd. Het was dat #MeToo nog niet bestond, maar er hing een ongemakkelijke sfeer. Ik dacht vaak aan het mooie zusje en hoopte maar dat die oude man haar niet in het vizier kreeg.